Bronzen Avalokiteshvara Sukhothai
- Bronzen (koperlegering) voorstelling van Avalokiteshvara, late Sukhothai-stijl. Koninkrijk Siam, 17e/18e eeuw of eerder.
- Een beeld van de bodhisattva van het oneindige mededogen dat zeldzaam is in Thailand, waar het Theravada boeddhisme wijdverbreid is.
- Herkomst: galerij “Asie-Afrique”, collectie Claude de Marteau
- Verkocht met certificaat van oorsprong.
- Afmetingen: H 52 cm x B 20 cm x D 9 cm
- Op voet H 58 CM
Verkocht
Hoewel de meerderheid van de Thaise religie nu Theravāda boeddhisme is, dat ongeveer 95% van de religieuze praktijk uitmaakt, heeft het Mahāyāna boeddhisme toch een blijvende indruk achtergelaten. Het Mahāyāna, of ‘Grote Voertuig’, onderscheidt zich door zijn nadruk op universeel mededogen, hetideaal van de bodhisattva en een opvatting van verlichting gericht op het heil van alle wezens.
In de loop der tijd is de institutionele invloed van de Mahāyāna in Thailand aanzienlijk afgenomen, ten gunste van de Theravāda die dominant is geworden. Bepaalde figuren uit deze traditie blijven echter diep geworteld in de religieuze geschiedenis en iconografie van het land. Voorstellingen van Avalokiteśvara, de bodhisattva van mededogen, zijn een van de belangrijkste voorbeelden, die herinneren aan een periode waarin Mahāyāna-ideeën een meer zichtbare plaats innamen in de Thaise samenleving.
Deze aanwezigheid wordt ook weerspiegeld in de traditionele opvatting van koninklijke macht, volgens welke de koning van Thailand wordt gezien als een bodhisattva, verantwoordelijk voor het waarborgen van de morele en spirituele orde van het koninkrijk. Naast Avalokiteśvara is Maitreya, de “Boeddha van de toekomst”, de drager van een ideaal van vernieuwing en continuïteit, de enige andere bodhisattva waaraan het Thaise volk een blijvende gehechtheid heeft.
In deze context krijgt een bronzen beeld van Avalokiteśvara in de stijl van Sukhothai zijn volle betekenis. Een zeldzaamheid in een overwegend Theravāda traditie, getuigt het van het binnendringen van Mahāyāna invloeden in de Thaise boeddhistische kunst, terwijl het de formele canons aanneemt die specifiek zijn voor Sukhothai: elegante lijnen, expressieve terughoudendheid en evenwichtige volumes. Dit werk bevindt zich dus op het kruispunt van tradities, tussen doctrineel erfgoed en regionale stilistische bevestiging.












